Holland Afrika
Holland Afrika
Ontwikkelen, investeren en inspireren. Dat is de kern van de Holland-Kenia Inspiration Foundation. De organisatie brengt menselijk en financieel kapitaal bijeen om beide landen verder te helpen. Kenia met de middelen om latente potenties beter te benutten, Nederland met inspirerende contacten en een rijke voedingsbodem voor maatschappelijk ondernemerschap. Actief participeren in wederzijdse ontwikkelingshulp is, naar onze ervaring, veel bevredigender dan het overschrijven van een giro.
Geld geven, doet Nederland als geen ander. Maar, laten wel wel wezen, is dat niet erg abstract? Wat krijg je daarvoor terug? De Holland-Kenia Inspiration Foundation wil ondernemers en managers de kans geven hun eigen kennis, talent en ervaring aan te wenden om Keniaanse ondernemers op weg te helpen. Naast veel voldoening kan dat overigens ook profijtelijk zijn. Afrika geldt immers als een emerging market bij uitstek. Zo snijdt het mes aan minstens twee kanten.
De Holland-Kenia Inspiration Foundation is een platform voor relaties en derden. Een platform waarop uiteenlopende vormen van maatschappelijk verantwoord ondernemen alle ruimte kriigen. We gaan met groepen gelijkgestemden naar Kenia, bezoeken projecten, zetten advieskanalen op, maar genieten ook van de overweldigende natuur en cultuur. Dat is immers óók inspirerend. De foundation creëert een prettige ambiance voor mooie ervaringen op zakelijk en privéterrein.
Wat is mijn meerwaarde?
Een logische vraag van vrijwel iedereen: Wat kan ik betekenen voor Kenia? Wat is mijn meerwaarde? Maar net zo goed kun u zich afvragen wat de meerwaarde vóór u is. De Holland-Kenia Inspiration Foundation stelt zich ten doel beide te bieden.
We geven u de mogelijkheid om in een andere cultuur, onder andere omstandigheden te werken aan uitdagende projecten. U gebruikt uw kennis, ervaring en netwerk om lokale ondernemers 1-op-1 verder te helpen. Uw frisse blik, uw westerse aanpak en verstand van zaken is ongetwijfeld bijzonder bruikbaar.
Tegelijkertijd levert het u meer op dan u zich kunt voorstellen. Niet alleen ervaart u de dynamiek van ontwikkelingswerk en ziet u de kansen op een opkomende markt, maar vooral verbreedt u uw horizon. Mensen die zich hebben ingezet voor dergelijke projecten kom terug met een schat aan levenservaring. Ze zien vreugde temidden van armoede. "Geluk is niet afhankelijk van de grootte van je auto, maar van de mensen om je heen", zei iemand achteraf. "Ik ben voortaan zuiniger op mijn sociale omgeving." Motiverend, inspirerend en relativerend voor iedereen.
The road to Kimisu
De oprichters van de Inspiration Foundation kwamen tot dit initiatief toen zij zelf een reis naar Kenia ondernamen. De indrukken die zij opdeden en de mensen die ze ontmoetten, staan aan de basis van de Foundation. Lees hier het verslag van hun reis.
Feeling the difference
Kisumu 2006
Tekst: Remko Visser
Foto's: Gary Damen
We stappen uit het vliegtuig en een heerlijk warm zonnetje schijnt in ons gezicht. De hele nacht hebben we gereisd. Maandagavond zijn we vertrokken vanuit Amsterdam, na een korte tussenstop in Nairobi, zijn we vanmorgen vroeg aangekomen in Kisumu, Kenia. Het is heerlijk weer en een vakantiegevoel maakt zich meester van ons. Alleen zijn we hier niet voor vakantie.
Bij de uitgang van het vliegveld staat Frederik Eijkman ons op te wachten. Frederik is directeur van PEP Intermedius Ltd, microfinancieringsbank, en houdt zich naast microfinanciering voor de locale ondernemers ook bezig met ontwikkelingswerk. Op zijn uitnodiging ben ik samen met Gary Damen en Paul van der Heide afgereisd naar Kisumu om de komende dagen een beeld te krijgen van de sociale projecten die er zijn en bij microfinanciering.
Na een flinke wandeling door het centrum van Kisumu, dat tot onze verbazing nog een behoorlijke stad blijkt te zijn, en een heerlijke lunch in een restaurantje bij het plaatselijke voetbalveld, gaan we naar een ontwikkelingsproject. We lopen binnen bij Pandipieri en kijken onze ogen uit. We komen op een soort binnenplaats met aan weerszijden grote gebouwen, in het midden van het plein staan wat lagere gebouwen en hier wemelt het van de kinderen. 'Zal wel iets van een school of iets dergelijks zijn' is onze eerste gedachte. We worden ontvangen door Alphonce Omolo, manager van Pandipieri. Hij vertelt ons dat het gemeenschapshuis Pandipieri lang geleden is geopend door een pater uit Twente en dat het in de loop van de tijd is uitgebreid. Er is nu een soort medisch centrum waar mensen uit de aangrenzende sloppenwijken zich kunnen laten testen op aids. Er is, zoals wij al dachten, een school voor met name jonge kinderen en er is een opvanghuis voor de wezen en kinderen die verlaten zijn of zelf zijn weggelopen. Vanuit Panidipieri wordt getracht wat meer structuur aan te brengen in sloppenwijken.
We staan in de deuropening van een klein klaslokaal en zijn het middelpunt van de aandacht van een groep kinderen van een jaar of 4. Iedereen roept en kijkt ons aan en wij staan ongegeneerd foto's te maken. Leuk voor thuis.
Als de lerares eindelijk de rust in de klas heeft terug gekregen, vraagt ze onze namen en laat de kinderen dit na zeggen. Een hoop hilariteit en met name bij mijn naam is er een hoop fantasie nodig om mijn naam te herkennen ...
Mooi om te zien wat deze opvang met de kinderen doet. Ze stralen en ondanks het feit dat ze waarschijnlijk een hoop ellende hebben meegemaakt, verschilt het plezier dat uit hun ogen straalt niet van dat van Nederlandse kinderen.
Alphonce neemt ons vervolgens mee naar een opvanghuis enkele kilometers verderop. Hier worden straatkinderen opgevangen die bereid zijn om af te kicken van het lijmsnuiven. Alleen als ze bereid zijn om volledig af te kicken, ook naar school willen gaan, die naast het opvangtehuis is gelegen, krijgen de kinderen hulp. Wil een kind dit niet, dan krijgt hij helemaal niets. Alphonce geeft aan dat hij dan ook echt helemaal niets bedoelt! Wederom worden we met veel enthousiasme ontvangen en Alphonce lijkt wel de grote broer van al deze jongens. Samen met zijn vrouw woont hij ook op het terrein van dit opvangtehuis en zijn betrokkenheid stopt niet na zijn gewone werktijden. Prachtig om te zien hoe hij met deze jongens omgaat. Het is trouwens opvallend dat we hier nog geen meisje hebben gezien. Zou het dan zo zijn dat alleen jongens op straat leven?
Naast me maakt Gary nog een foto en ik zie een jongen in de hoek een beetje verdwaasd naar hem kijken. Alphonce volgt mijn blik en geeft aan dat deze jongen nog niet zo lang binnen is en nog symptomen heeft van de lijmsnuif verslaving waar het merendeel van de straatkinderen mee kampt.
We zitten in de auto en kijken alle drie voor ons uit. Wat een indrukken…, en we zijn er pas net. Frederik neemt ons mee naar een ander project. Kisumu Youth Football Association. Enige jaren geleden heeft Frederik een voetbalcompetitie opgezet voor straatkinderen en kinderen uit de sloppenwijken. Het initiatief blijkt een groot succes en voor veel kinderen is het een lichtpunt in hun bestaan. Voetbalkleding is er niet en daarom hebben we vanuit Nederland een hele tas met complete voetbaltenues meegenomen. Gary overhandigt de tas met kleding aan een van de begeleiders van de competitie en ik maak maar weer eens een foto voor het thuisfront en uiteraard voor het clubblaadje van SCO/TOFS, die bereid was de voetbalkleding beschikbaar te stellen.
De jongen vertelt ons dat ze de kleding nu niet gaan weggeven, maar dat het de prijs wordt voor de kampioen van deze competitie. We kletsen nog wat en nadat we nog even hebben gekeken bij de training van de echte voetbalclub van Kisumu, Real Kisumu, keren we terug naar onze lodge.
De zon gaat bijna onder en met een glas wijn in mijn hand kijk ik over het Victoria meer. Toch vreemd. Na alle indrukken die we hebben opgedaan, zitten we hier nu allemaal met onze eigen gedachten, maar wel in een schitterende omgeving en even, heel even krijg ik toch weer een beetje dat vakantiegevoel.
De volgende morgen is het weer vroeg dag. Er volgt een snel maar heerlijk ontbijt op het terras aan het water. Ondertussen genieten we van ons uitzicht: een paar grote nijlpaarden die vlak voor ons in het water liggen.
Eenmaal aangekomen bij Pandipieri wacht ons een nieuwe ervaring. Alphonce stelt ons voor aan twee dames die dagelijks een ronde maken door de 'georganiseerde' sloppenwijk waar Pandipieri toezicht houdt. Wat onwennig en onwetend wat ons te wachten staat, lopen we achter de dames aan richting de sloppenwijk. Een van hen legt ons uit dat we een aantal mensen gaan bezoeken en medicijnen gaan brengen. Deze medicijnen worden vanuit Pandipieri geregeld o.a. door samenwerking met ontwikkelingswerk organisaties, maar ook door giften van individuen die zich betrokken voelen bij de mensen van Pandipieri.
We lopen de sloppenwijk in en ik kijk opzij. In de voortuin van een klein huisje staat een kruis. Ik vraag een van de dames ernaar en zij vertelt dat een overleden familielid in de voortuin wordt begraven. De man of vrouw des huizes wordt aan de voorkant naast de ouderlijke slaapkamer begraven om zo te kunnen waken over de ander en volgens de dame ook om toe te zien dat er tijdens de rouwperiode niemand anders in de slaapkamer komt. We lopen door en twee huizen verder zie ik twee kruizen in de voortuin staan en even verderop weer een.
De dood is iets waarmee je hier dagelijks wordt geconfronteerd, dat zag ik gisteren ook al in de lokale krant, waar maar liefst vier pagina's met rouwadvertenties in stonden. Allemaal met een foto erbij van de overledene en op de eerste pagina stonden alleen maar kinderen jonger dan twaalf jaar.
Na een wandeling door de sloppenwijk stoppen we bij een huisje waar we aidsremmers gaan afgeven. Je verwacht dan dat dit voor iemand van onze leeftijd is maar niets is minder waar. Het blijkt om een meisje van 1,5 jaar te gaan. Haar moeder is net na haar geboorte overleden aan de gevolgen van aids en zij is geboren met aids en zit nu in de laatste slopende fase van deze ziekte. Hier word je dus echt stil van.
Mijn gedachten dwalen af naar huis naar mijn twee kleine meiden. Je hebt het helaas niet voor het zeggen waar je geboren wordt, maar de een heeft wel een toekomst voor zich en de ander niet.
Paul draait zich weg van het tafereel en ook Gary en ik voelen ons erg opgelaten. Uit een heel klein huisje is een oude vrouw gehaald. Zij heeft haar heup gebroken en ligt de hele dag in haar huisje op twee dekens. Er is geen familie en van de buren krijgt ze een keer per dag wat te eten, verder wordt ze aan haar lot over gelaten. Iedere dag gaan de dames van Pandipieri bij haar langs om haar te wassen en de dekens uit te wassen. We staan op een afstandje te kijken en zien een oude vrouw die alles gelaten over zich heen laat komen. Zonder de hulp vanuit Pandipieri zou deze dame waarschijnlijk helemaal wegkwijnen in haar huisje.
Na het bezoek aan de oude vrouw bezoeken we nog een aantal adresjes. We horen allerlei treurige verhalen, maar uit alles blijkt ook dat de mensen heel blij zijn met de hulp vanuit Pandipieri. Ondanks de soms uitzichtloze situatie waarin ze terecht zijn gekomen door hun ziekte, zorgt de hulp voor een lichtpuntje in hun bestaan. Als we bij het laatste adres aan komen, staan we voor een heel groot huis. Een groot huis dat je alleen in de stad ziet en wat erg raar aandoet aan de rand van zo'n sloppenwijk. Waar komen we nu dan terecht? Binnen worden we in een zeer ruime woonkamer ontvangen door een bediende en zij verteld een van onze begeleiders dat de dame des huizes wordt opgefrist voor het mannenbezoek en zo naar ons toe komt. Even later verschijnt er een statige vrouw van een jaar of vijftig in de deuropening. Ze bedankt ons voor ons bezoek en vertelt kort haar levensverhaal.
Haar man was een zakenman en had zijn zaakjes goed voor elkaar. Ze hebben samen veel van de wereld gezien, maar de sloppenwijk bleef altijd hun huis, vandaar ook dat ze aan de rand van de sloppenwijk een groot huis hebben neergezet. Zij deden ook veel voor de andere bewoners tot het moment dat haar man enkele jaren geleden aids kreeg. Het blijkt dat Kenianen niet zo heel monogaam zijn en hierin ligt misschien ook wel het probleem. Na een kort ziektebed is haar man overleden en ondertussen ook al twee van haar kinderen. Wat natuurlijk niet kon uitblijven, gebeurde twee jaar geleden ook. De vrouw werd ook besmet met het aids-virus. Voor ons zit een vrouw van hooguit vijftig kilo die, zoals we later horen, twee jaar geleden ruim honderd kilo meer woog. De ziekte sloopt haar langzaam en het gesprek met ons kost haar zichtbaar veel kracht. Ook deze vrouw is op Pandipieri aangewezen voor goede aids-remmers. Nadat we nog kort over wat luchtige onderwerpen met haar gesproken hebben, besluiten we dan ook het bezoek te beëindigen. Nadat we afscheid hebben genomen en ik naar buiten stap, zie ik haar in mijn ooghoek in elkaar zakken.
Terug op Pandipieri worden we aan twee jongens voorgesteld die ons zullen meenemen naar de straatkinderen in het centrum van Kisumu. In deze stad leven honderden kinderen in de omgeving van het station op straat. Soms hebben deze kinderen wel 300 kilometer afgelegd naar Kisumu om daar uiteindelijk op straat rond te zwerven met andere kinderen. Bijna alle kinderen zijn verslaafd aan lijmsnuiven. Vanuit Pandipieri wordt alleen hulp geboden als de kinderen bereid zijn om af te kicken, in het opvangtehuis te komen wonen en naar school te gaan. Willen ze dit niet, dan krijgen ze helemaal geen hulp.
Voor ons staat een groep kinderen, breed uit glimlachend en zonder uitzondering met een pot lijm in de hand met daarin een lange pincet. Vol enthousiasme storten de jongens zich op ons, waarschijnlijk in de hoop wat geld bij ons los te peuteren. Helaas voor hen zonder succes, onze begeleiders hadden ons al gewaarschuwd dat dit absoluut niet de bedoeling was. We zijn sowieso wat terughoudend om de jongens aan te raken, want ze zitten bijna allemaal onder de wonden die zo te zien ook nog ontstoken zijn. Je weet maar nooit… Wat een leven hebben deze jongens en dan te bedenken dat slechts 1 op de 3 jongens gebruik maakt van de hulp die wordt aangeboden door Pandipieri. De rest kiest toch liever voor het straatleven.
Zo goed en kwaad als het gaat praten we wat met de jongens en daarna lopen we naar het meer een stukje verderop. Hier vind je een aantal 'restaurantjes' en het wemelt er van de straatkinderen die allerlei klusjes willen doen en van verkopers die allerlei prullen proberen te verkopen. We kijken onze ogen uit hoe de vis hier wordt klaargemaakt, het oogt niet echt hygiënisch. We zijn het er over eens dat het maar goed is dat we hier niet lunchen, maar dat Frederick ons straks meeneemt naar een leuk restaurantje.
Smaakvol zitten we van de vis te eten. Frederik heeft ons mee teruggenomen naar een van de restaurantjes waar we eerder die middag langs liepen. Met een broodpannenkoek als bestek zitten we te smullen van de vis met een lauwe cola erbij. Ik ben benieuwd of we hier morgen ook nog plezier van hebben.
Een man die de functie en status van een soort gouverneur heeft in de regio Kisumu gaat zitten achter zijn grote bureau en wijst ons een stoel. Via Frederik heeft hij gehoord van onze komst en hij heeft ons uitgenodigd om kennis te komen maken. De man verteld ons kort iets over de regio, maar begint al snel met het opsommen van een lange lijst zogenaamde business opportunities die er volgens hem zijn in Kisumu. Van het starten van een kippenboerderij tot het neerzetten van een super modern hotel, van alles komt voorbij. We kijken elkaar vragend aan. Deze man bedoeld het goed, maar hij heeft duidelijk het idee dat hij met de nieuwe Bill Gates aan tafel zit. We leggen de man kort uit dat het doel van onze trip toch echt een ander doel heeft dan het doen van grote investeringen in grote bedrijven. De man zegt dat hij het begrijpt, maar drukt ons op het hart om vooral contact met hem op te nemen als we van mening veranderen. 's Avonds eet de man samen met zijn vrouw met ons mee en praten we over het leven in Kisumu en over ons leven in Nederland. Deze man heeft de rol op zich genomen om grotere bedrijven en investeerders naar de regio Kisumu te lokken. Ik ben benieuwd of het hem ooit gaat lukken.
Het is vroeg in de ochtend van onze laatste dag in Kisumu en ik voel me slap. Misschien was het toch niet zo'n goed idee om de vis tot op de graad op te eten, of zou het van het water komen dat ik bij het tanden poetsen binnen heb gekregen.
Ik neem een kop thee en wat toast en ga op het terras zitten in de ochtendzon. We zijn hier pas twee dagen, maar we hebben al zo veel indrukken opgedaan. Ik denk terug aan de sloppenwijk en aan de straatkinderen, wat een leven. Opmerkelijk dat iedereen toch zo vrolijk is.
We staan op het kantoor van Frederik bij de PEP bank. Vandaag zal Frederik ons laten zien hoe de PEP bank werkt en hoe er vanuit deze bank met microfinanciering wordt omgegaan. De uren die volgen legt Frederik ons samen met een collega alle facetten van PEP uit.
Met geld dat wordt binnen gehaald door het uitgeven van aandelen, zorgt de bank voor een kapitaal. Met dit kapitaal worden leningen aan lokale ondernemingen verstrekt, zodat zij een kleine onderneming kunnen opstarten. Vaak houdt PEP een stukje aandelen in zo'n onderneming en op het moment dat zo'n onderneming succesvol wordt, komt er dus een stuk rendement terug richting PEP en zijn aandeelhouders. Daarnaast zorgt PEP ervoor dat lokale werknemers sneller hun geld krijgen na verrichte arbeid. Normaal gesproken krijgen de werknemers een soort loonbriefje waarmee ze naar de bank moeten om hun geld te krijgen. Dit gaat vaak lastig en duurt lang door de enorme wachtrijen. Bij PEP kunnen de werknemers dit loonbriefje inleveren en krijgen ze direct hun geld met aftrek van een stukje kosten.
Om ons bezoek aan Kisumu op een leuke manier af te sluiten, neemt Frederik ons na het bezoek aan de PEP bank mee naar een natuurreservaat net even buiten Kisumu. Midden in het natuurreservaat liggen een aantal prachtige appartementen met een restaurant erbij en vanuit deze locatie gaan we het reservaat te voet ontdekken.
We lopen enkele uren door het woud, bewonderen de zeldzame black and white colobus monkeys, beklimmen een berg en genieten van de vergezichten over het reservaat.
We staan naast elkaar in een kleine vertrekhal van het vliegveld van Kisumu. Het is vroeg in de avond en het weer is ondertussen omgeslagen. Dikke donkere wolken staan aan de hemel en in de verte onweert het al. Zouden we met dit weer wel kunnen vertrekken of zouden we hier nog langer moeten blijven? Ik staar voor me uit naar de lucht en denk ondertussen aan alles wat we de afgelopen dagen hebben meegemaakt. Ik besef me dat deze dagen een behoorlijke impact op me hebben gehad. Als ik naast me kijk naar Gary en Paul, weet ik dat ook zij deze mening delen. Uit de omroepinstallatie klinkt een oproep voor onze vlucht en we pakken onze bagage en lopen naar het kleine toestel dat ons naar Nairobi zal brengen.
Als we later die avond in een taxi door Nairobi rijden geeft Paul, reeds jaren in het bezit van een vliegbrevet, aan dat een vliegtuig in Nederland nooit door de bliksem en onweer was heen gevlogen zoals wij net hadden gedaan. Ik vind vliegen leuk, maar was blij dat ik deze toevoeging aan mijn eigen gevoel pas nu te horen kreeg.
De komende drie dagen zullen we een korte safari maken. Enerzijds om te genieten van de schitterende flora en fauna van Kenia en anderzijds om de ervaringen van de afgelopen dagen eens opnieuw de revue te laten passeren en met elkaar te bespreken wat we hier in de toekomst mee kunnen doen.
Eén ding staat vast: we willen de komende jaren structureel wat doen voor de ontwikkelingsprojecten en de microfinancieringsbank van Frederik. Hoe en op welke manier gaan we de komende tijd bekijken……maar er is duidelijk een groot verschil in gevoel en beleving als je met je eigen ogen aanschouwt wat een positieve effecten gestructureerde ontwikkelingshulp en de rol van een microfinancieringsbank kunnen hebben op een gemeenschap. Hier willen we graag ons steentje aan bijdragen.